Reus Antigoon is opgestaan
In d'oude Scheldestad.
Studenten zijn 't van de Melaan,
't Zijn reuzen van het vat.
Antigoon Avé(bis)Antigonia Vivat
Salamandert allen op de Reus,
Antigonia Vivat.
En als de reus gaat rollen weer,
Met beste bier van't vat
Dan sluit men daar de kraan niet meer,
De Rues is nog niet zat.
Kom drinken wij(bis)dat goede beste bier
Hij die er niet goed tegen kan,
Die is maar half wat.
Soms als het late avond is,
en schone maneschijn,
Dan worden wij romantisch
En gaan wij aan het vrijen
En kus nog eens(bis)en kus die lieve meid.
En die er niet goed tegen kan,
't Is dat hij het benijdt.
Maar als 't al uitgedronken is,
Dan zijn wij leeg bij kas.
Dan doen we het rijmwoord op is
En slapen...in de klas.
Kom drink nog eens(bis)bibamus ad fundum.
Hij die niet tegen drinken kan,
Hij ruste in pacem.