Archief en Museum van het Studentenleven

Detail Persoon

Start WAAROM ? VERBINDINGEN Mota-geschiedenis

 

Omhoog

Met dank aan :

 Agrippa the AMVC Database - Louis Jacobs - Maatschappij der Nederlandse Letterkunde

Conscience(Hendrik)

Conscience
Geboren: 3 december 1812(Antwerpen)
Overleden: 10 september 1883(Elsene)
In onze Bibliotheek: "De Leeuw van Vlaanderen" - "Verzamelwerk" - "Hoe men schilder wordt/Avondstonden"; "Conscience"door Rob De Graeve; "Drie groote Vlamingen(Conscience, Van Beers en Benoit)"door Pol de Mont; "Hendrik Conscience en het volksleven"door Albert van Hageland
Situering: Vlaamse Beweging; Proza
Biografie: De schrijver die zijn volk leerde lezen. Hij was de zoon van Pierre Conscience, een Fransman die zich in 1807 als scheepstimmerman in Antwerpen had gevestigd, en van Cornelia Balieu, een vrouw uit de Keulen. Hij was een ziekelijk kind, genoot slechts enkele jaren onderwijs en ontwikkelde zich geheel door zelfstudie, waarbij vooral geschiedenis en de natuur hem bijzonder boeiden. Hij werd hulponderwijzer (1828-1830) maar nam bij het uitbreken van de Omwenteling van 1830 dienst in het Belgische leger. De dromerige eenzaat werd er geconfronteerd met een weinig zachtzinnig systeem dat weliswaar zijn karakter hardde maar waaraan hij zich niettemin nooit kon aanpassen; hij werd dan ook gedegradeerd wegens verwaarlozing van zijn militaire plichten en overtreding van het reglement. Na zijn demobilisatie (1836) kwam hij terecht in de romantische bohème van Antwerpen. Onder invloed van Jan de Laet was hij beginnen te schrijven, eerst in het Frans en daarna, op instigatie van Theodoor van Ryswyck, in het Nederlands. Een korte tijd was hij klerk bij het provinciebestuur, maar spoedig nam hij ontslag om zich geheel aan het schrijven te kunnen wijden; politieke moeilijkheden noodzaakten hem een tijdje onder te duiken bij een bloemist. Ondertussen schreef hij romantisch proza met historische inspiratie, waarin de jonge heethoofdige flamingantische dweper in geschrifte de strijd aanbond met de verknechtende 'zuidervolken': met de Spanjaarden in In 't Wonderjaer en Phantazy (allebei 1837) en daarna met de Fransen in een echte historische roman die meteen een schot in de literaire roos betekende, De Leeuw van Vlaenderen (1838), lange tijd het meest populaire boek uit de Vlaamse literatuur, een volksepos dat in de context van de Vlaamse bewustwording zonder meer de betekenis had van een politieke daad die generaties lang bleef nawerken. Rond 1840 kwam Conscience tot rust: hij vond een baan als griffier bij de Academie voor Schone Kunsten te Antwerpen, waar zijn vriend en artistieke beschermheer Gustaaf Wappers directeur was en in 1841 trouwde hij met Maria Peinen. Hij kreeg meer oog voor de werkelijkheid rondom hem en evolueerde zowel in politieke als in literaire zin naar een zeker conformisme t.o.v. de bestaande realiteit. Hij bleef flamingant, maar verloor elk radicalisme, in de ideologische strijd tussen katholieken en vrijzinnigen, die zijn oude artistiek-intellectuele vriendenkring verscheurde, helde hij steeds meer over naar het religieuze, politieke en sociale conservatisme van het katholieke kamp. Hij verloor er vrienden mee, zoals de radicale vrijzinnige progressist Pieter Frans van Kerckhoven en Door van Ryswyck, die de hele situatie mentaal niet aankon en in een gesticht krankzinnig stierf. Conscience begon nu zedenkundig-maatschappelijke romans te schrijven, waarmee hij zijn lezerspubliek aanzienlijk wist uit te breiden: Hoe men schilder wordt (1843), Wat eene moeder lijden kan (1844) en Siska van Roosemael (1844). Er zit een beetje brave sociale kritiek in deze werken, maar die is zo voorzichtig geformuleerd dat niemand er aanstoot aan kan nemen. En dat was de bedoeling: Conscience was een schrijver van bestsellers geworden, wilde niemand tegen zich in het harnas jagen, uit de vroegere Sturm und Drang romans werden bij herdruk de al te liberale en antiklerikale passages geschrapt... Behalve zedenromans begon Conscience rond 1850 nog een genre te beoefenen waarin hij werkelijk uitmuntte: de dorpsidyllen Rikke-Tikke-Tak (1845), Blinde Rosa (1850), De loteling (1850), de landelijke romans Baes Gansendonck (1850) en De arme edelman (1851) en de vertellingen uit De grootmoeder. Met deze, en met steeds meer nieuwe werken in de andere genres, werd Conscience de beroemdste en meest gelezen Vlaamse schrijver. Hij drong ook in het buitenland door: in de jaren '40 waren er al Duitse, Engelse en Amerikaanse vertalingen van zijn boeken, in het volgende decennium ook Franse. Nadat hij in 1853 ontslag had genomen bij de Academie uit solidariteit met Gustaaf Wappers, leefde hij tot 1856 alleen van de opbrengst van zijn pen. Dan werd hij aangesteld als arrondissementscommissaris te Kortrijk, een ambt dat hem niet lag en onvoldoende bezoldigd werd om er een bepaalde bourgeois levensstandaard mee te kunnen ophouden. De stad lag hem ook niet, ze was te bekrompen, te kleinburgerlijk. Toch kwam de verburgerlijking van zijn werk in een stroomversnelling rond de Kortrijkse tijd, terwijl het schrijven vaak een routineus karakter kreeg. Niettemin kwam ook hier nog werk van niveau tot stand: Bella Stock (1861), de eerste Vlaamse vissersroman, Het Goudland (1862), de eerste Vlaamse avonturenroman en de zeer paternalistisch opgevatte en hoogst onwaarschijnlijke maar spoedig populaire geschiedenis van twee Gentse arbeiderskinderen Bavo en Lieveken (1865). In 1869 werd Conscience conservator van het Wiertzmuseum te Brussel, een sinecure die voor hem door de Staat was ingesteld. Hij herleefde, in de nieuwe omgeving, hoewel het huiselijk minder gunstig verliep: zijn twee zonen stierven en hijzelf sukkelde met de gezondheid. Zijn literaire produktie hervond evenwel het vroegere niveau met de historische roman De Kerels van Vlaanderen (1871) het beste wat hij in dit genre tot stand bracht, verhalen als Eene 0 te veel (1872) en romans als De oom van Felix Roobeek (1877) en De schat van Felix Roobeek (1878). Bij het verschijnen van zijn honderdste titel in 1881, vond te Brussel een massahulde plaats. In augustus 1883 werd te Antwerpen zijn standbeeld, van de hand van Frans Joris, onthuld. Het was moeizaam tot stand gekomen.- Conscience was ziek. Minder dan een maand na de onthulling overleed de schrijver aan de slepende maagkwaal die hem al lang kwelde. Hij werd met nationale eer van Brussel naar Antwerpen gebracht en begraven op het Kielkerkhof,- in 1936 werd hij overgebracht naar het Schoonselhof. Op zijn grafmonument beitelde de beeldhouwer Frans Joris de spoedig beroemde spreuk: 'Hij leerde zijn volk lezen ".
Zend Uw reacties naar: webmaster(at)studentenmuseum.be met vragen en opmerkingen over onze Website.
Copyright © 1998-2014 Archief en Museum van het studentenleven MOTAvzw
Laatste wijziging: 28 december 2013